VOLLEYBAL

Spelregels

Het balcontact moet kort zijn (te beoordelen door de scheidsrechter) en de bal mag met ieder deel van het lichaam worden gespeeld. Een speler mag de bal niet naar zichzelf spelen, behalve bij het blokkeren. Behalve bij de eerste bal, waar het is toegestaan de bal twee keer achtereen te raken, als dit gebeurt binnen één en dezelfde handeling.

Elk team mag maximaal drie keer balcontact achter elkaar hebben, waarbij de blokkering niet als een balcontact telt. De antenne mag niet worden aangeraakt. Het net mag wel geraakt worden, het spel gaat dan gewoon door. Een lichaamsdeel van een speler mag het speelveld van de tegenstander niet raken. De middenlijn hoort bij beide speelvelden. Voor de voeten en handen geldt dat ze volledig over de lijn moeten zijn om als fout beoordeeld te kunnen worden.

Een team scoort een punt door de bal het veld van de tegenstander te doen raken (binnen de lijnen) of doordat een tegenstander een fout maakt. Zodra een team een punt scoort krijgt dat team in de volgende rally het recht van opslaan (ook wel serveren genoemd)

Het team dat de opslag naar zich toe haalt, roteert voor de opslag kloksgewijs één plaats. Voor aanvang van een nieuwe rally mag een speler worden gewisseld. Ieder team heeft per set recht op maximaal zes wissels. Een speler die is uitgewisseld mag voor diezelfde speler weer worden ingewisseld maar mag daarna niet weer worden gewisseld. In totaal zijn dit dan dus twee wissels van de maximaal toegestane zes. Een uitzondering is dat de libero vrij gewisseld mag worden voor een willekeurige speler in het achterveld, zij het dat de libero niet mag serveren.

Ieder team heeft in elke set recht op twee time-outs van dertig seconden.Tussen twee sets is een pauze toegestaan van maximaal 3 minuten. Op het hoogste niveau zijn er zogenaamde technische time-outs van één minuut op het moment dat het eerste team het 8e en 16e punt scoort.

Een achterspeler mag een bal gesprongen overspelen, maar enkel indien hij afstoot achter de 3meterlijn. Hij mag wel voor de lijn landen. Maar als de hand waarmee de bal wordt overgespeeld niet boven het net komt, geldt deze regel niet. De libero slaat nooit op en is altijd achterspeler. Hij mag de bal nooit gesprongen overspelen.

Puntentelling
Binnen de Nederlandse competitie wordt Het Rally Point Systeem toegepast. Dit systeem is in het jaar 2000 ingevoerd om het spel aantrekkelijker te laten verlopen. Het komt er op neer dat iedere rally resulteert in een punt voor een van beide teams. De set eindigt als een team 25 punten heeft behaald en minstens twee punten meer heeft dan de tegenstander, dus als de stand 25-24 is wordt er tot 2 punten verschil doorgespeeld. Een eventuele vijfde set gaat tot 15 punten met twee punten verschil.

Voorheen werd er gewerkt met een ander systeem. Hierbij kon alleen het serverende team een punt scoren. Als het niet-serverende team de rally wint, krijgt het wel de opslag, maar geen extra punt. Een set eindigt bij 15 punten met twee punten verschil.

Vanaf begin jaren '90 is het oude systeem langzaam overgegaan naar het nieuwe systeem, te beginnen met alleen de vijfde set op internationaal niveau tot uiteindelijk alle sets tot op het laagste nationale niveau.

Bij beide systemen is het zo dat het team dat het voorgaande punt gewonnen heeft, de volgende opslag krijgt (behalve bij het begin van een set).